Control One
Normeis ISO 45001

ISO 45001 clausule 9: Evaluatie van de prestaties

3 min leestijd Bijgewerkt op 15 juli 2026

Direct antwoord

Clausule 9 van ISO 45001 eist: monitoring en meting van de arboprestaties met proactieve en reactieve indicatoren, inclusief wettelijk vereiste metingen en gekalibreerde middelen (9.1.1), de periodieke evaluatie van de naleving van wettelijke en andere eisen (9.1.2), interne audits met betrokkenheid van werknemers (9.2) en een directiebeoordeling met voorgeschreven inputs en outputs (9.3).

Clausule 9 van ISO 45001, “Evaluatie van de prestaties”, is de Check-fase van het arbomanagementsysteem: weten hoe veilig het echt is, in plaats van het te hopen.

9.1.1: Monitoring, meting, analyse en evaluatie

Bepaal wat gemonitord en gemeten moet worden: de mate waarin aan wettelijke en andere eisen wordt voldaan, de activiteiten met geïdentificeerde gevaren en risico’s, de voortgang op de doelstellingen en de effectiviteit van de beheersmaatregelen. Bepaal methoden, criteria en momenten, gebruik gekalibreerde of geverifieerde meetmiddelen waar van toepassing, evalueer de prestaties en bewaar het bewijs. Combineer reactieve indicatoren (incidenten, verzuim) met proactieve (inspecties, meldingen, opvolging).

9.1.2: Evaluatie van de naleving

Evalueer met geplande regelmaat of aan de wettelijke en andere eisen wordt voldaan: het arbo-complianceregister langslopen, per eis het bewijs vaststellen (keuringen geldig, blootstellingsbeoordelingen uitgevoerd, RI&E actueel en getoetst), actie nemen waar nodig en de nalevingsstatus kennen en registreren.

9.2: Interne audit

Audits volgens een programma dat het belang van de processen en eerdere resultaten meeweegt, met objectieve auditors, rapportage aan management én relevante werknemers(vertegenwoordigers), en opvolging van bevindingen. De participatie-eis (5.4) geldt ook hier: werknemers worden bij de audit betrokken.

9.3: Directiebeoordeling

De directie beoordeelt het systeem periodiek met onder meer: status eerdere acties, veranderingen in context en eisen, de mate van beleids- en doelrealisatie, de arboprestaties (incidenten, afwijkingen, monitoring, auditresultaten, consultatie en participatie, risico’s en kansen), middelen, communicatie met belanghebbenden en verbeterkansen. De output bevat besluiten en wordt gecommuniceerd aan werknemers en hun vertegenwoordigers.

Waar let de auditor op?

De compliance-evaluatie en de keuringsadministratie zijn vaste toetspunten: verlopen keuringen van hijsmiddelen of een niet-getoetste RI&E zijn zware bevindingen. Verder: stuurt de organisatie alleen op ongevalscijfers (die bij klein volume weinig zeggen) of ook op proactieve indicatoren, en bereiken de uitkomsten van de directiebeoordeling de werkvloer?

Zo werkt dit in Control One

In de portal zie je per normeis welke maatregelen, documenten en bewijsstukken eraan gekoppeld zijn, met de status erbij.

Bekijk maatregelenbeheer

Veelgestelde vragen

Wat zijn proactieve en reactieve arbo-indicatoren?

Reactief meet wat er misging: verzuimongevallen, incidenten, verzuim, klachten. Proactief meet of de beheersing werkt vóór er iets gebeurt: uitgevoerde werkplekinspecties, toolboxen, observaties, gemelde bijna-incidenten (meer is beter), keuringen op tijd, en opvolgingsgraad van acties. Een volwassen systeem stuurt vooral op de proactieve kant.

Wat moet wettelijk gemeten worden?

Afhankelijk van de risico's: geluid, gevaarlijke stoffen (blootstellingsbeoordeling), trillingen, klimaat en fysieke belasting waar de RI&E dat aanwijst, plus keuringen van arbeidsmiddelen (hijswerktuigen, liften, drukapparatuur). De meetverplichtingen volgen uit het Arbobesluit en horen in het complianceregister van 6.1.3.